Kan de deugd onderwezen worden?

Door B.·. Joris S.

Aqua, autonome Loge aan de stroom

O.·. Antwerpen

Lithos CL

 

Eén van de vragen die Socrates bezighield, luidde als volgt: is de deugd iets dat onderwezen kan worden? De dialoog 'Over de deugd' staat in Plato's boek Meno, genoemd naar een gesprekspartner van Socrates. Het onderzoek hiervan komt er op neer ons af te vragen: hebben de goede mensen, zowel die van nu als die van vroeger de kunst verstaan om die deugd, waarin zij zelf uitmunten, ook aan anderen door te geven? Misschien is de deugd integendeel iets dat onmogelijk door te geven is, iets dat de ene mens helemaal niet van de andere kan ontvangen?

 

In zijn gesprek met Anytus beseft Socrates snel dat indien de deugd alleen een rationele (bijvoorbeeld wiskundige) aangelegenheid was, we al lang klaar zouden zijn met de dialoog. Hij laat zien dat edele mensen het dikwijls niet klaargespeeld hebben om hun eigen kinderen te onderwijzen in de deugd, net zoals ze opgeleid werden in allerlei andere vaardigheden.’

Socrates komt al gauw tot de vaststelling dat de deugd niet te onderwijzen is. Bij hem rijst de bijkomende vraag: hoe wordt een mens dan deugdzaam?

 

“Zonder dat de leiding uitsluitend bij het weten moet berusten. En waarschijnlijk is het daarlangs dat het ons ontgaat en we niet vatten op welke manier eigenlijk de mensen goed worden. Niet dankzij enige vorm van geleerdheid, niet door geleerden te zijn, leiden zulke mensen de staten. Hun eigen hoedanigheden zelf dankten ze immers niet aan de wetenschap. Dan kan het nog enkel aan een "goede intuïtie" te danken zijn. Ik spreek niet als iemand die weet, maar als iemand die vergelijkingen maakt door in beelden te spreken. Als we er goed over nagedacht hebben, moet de deugd iets zijn dat de mens noch van nature bezit, noch door een goddelijke gunst kan verwerven, maar dat hem, in wie ze aangetroffen wordt, door een goddelijke gunst ten deel valt, zonder dat het verstand erbij betrokken is.”

 

Volgens Socrates geldt dus: dat alles wat de ratio bedenkt en tot stand brengt, te onderwijzen is, maar alles wat te maken heeft met ons intuïtieve, normatieve bewustzijn is dat per definitie niet. In dat geval domineren blijkbaar andere processen. In die zienswijze zal informatie alleen in die mate het gedrag van een individu beïnvloeden wanneer hij de betekenis - die deze informatie persoonlijk voor hem heeft- ondekt.

 

Geestelijke zwangerschap

 

Socrates stelde zichzelf graag voor als een vroedvrouw, zijn moeder was dat trouwens. Door zijn vragen hielp hij zijn leerlingen tot inzicht komen, bevallen dus. De idee van de geestelijke bevalling heeft Socrates van zijn leermeesteres Diotima, die hierover volgende zei:

 

“Zwangerschap komt bij alle mensen voor, zowel lichamelijke als geestelijke en zodra we een bepaalde leeftijd bereikt hebben, voelt onze natuur een drang tot baren. Daarom voelt een wezen dat zwanger is, telkens als het in aanraking komt met iets schoons, zich blij en opgetogen, het bloeit open en baart en brengt voort. Komt het echter in de nabijheid van het lelijke, dan voelt het zich onbehaaglijk en bedroefd, het sluit zich op in zichzelf, wendt zich af, rolt zich op, brengt niet voort, het draagt als een zware last de vrucht die het niet ter wereld wil laten komen.

 

Vandaar ook bij het wezen dat zwanger is en zwelt van sappen, die hevige emotie tegenover het schone, omdat de bezitter van die schoonheid dat wezen van felle barensweeën verlost. Het voorwerp immers van de minne, Socrates, is niet het schone, zoals gij denkt.”

 

“Wat dan wel?”

“Het baren en voortbrengen in schoonheid.”

 

Socrates beweerde dat hij zelf geen kennis baarde, maar dat hij anderen hielp om die ter wereld te brengen. Zo ook poogt de vrijmetselarij via de maçonnieke methode haar adepten geestelijk zwanger te maken en een boodschap van vriendschap, mededogen en broederlijkheid uit te dragen. Dat interne vormingsproces in de vrijmetselaarsloges ligt helemaal niet voor de hand. Omdat elke werkplaats een afbeelding wil zijn van de maatschappij is zij noodzakelijkwijs een amalgaam van zowel progressieve, conservatieve, conflicterende als confronterende visies. Voorts zorgt de anarchistische organisatievorm (directe democratie), waar de mening van elk individu even belangrijk is, dat de besluitvorming ook dikwijls uiterst moeizaam verloopt. Belangrijk is dat de methode en vooral ook de broederlijkheid vrijmetselaars gebiedt tijdens de debatten empatisch te luisteren, niet te kwetsen, teneinde zonder vooroordelen en zonodig al parafraserend een consensus te bereiken.

 

 

 

Bibliografie:

 

- ‘Mystagogie, inwijding in het symbolisch bewustzijn‘, Tjeu van den Berk

 

- ‘Wijsheid voor beginners’, Jos Kessels

 

- ‘De rivier van Herakleitos, een eigenzinnige visie op de wijsbegeerte’, Etienne Vermeersch en Johan Braeckman