AQUA CON GAS 2/2

VI. IN DE VOETSPOREN VAN CESAR MANRIQUE

 

César Manrique werd geboren in Arrecife, de administratieve hoofdstad van Lanzarote, op 24 april 1919.

Hij groeide op in de betere middenklasse . Zijn vader was een welstellende zakenman die regelmatig in het buitenland vertoefde.

César bracht het grootste deel van zijn kinderjaren door in de hoofdstad. Hij was een stadsjochie die iedereen verbaasde met zijn tekentalent.

Arrecife was toen een rustig stadje aan de zee en zeer matig geïnteresseerd in de culturele evoluties in die periode. Dit was niet de meest ideale plek om je creativiteit te ontdekken en te ontplooien. César Manrique was dus op zichzelf aangewezen. Hij was in essentie een autodidact die leerde uit zijn omgeving.

 

In de stad waren veel ambachtslui aan het werk in kleine ateliers: tinsmeden, houtbewerkers, leerlooiers, scheepsbouwers, schoenmakers, kuipers enz ... Dit gaf hem de gelegenheid om al deze verschillende technieken te leren kennen. Tegelijkertijd ontdekte hij de schoonheid van de wildernis van het eiland. De zee, het water, het licht, de wind, lava, de kracht van de gestolde magma: de materie.

 

Deze elementen zullen de rest van zijn leven en carrière bepalen.

Als kind maakte hij kennis met het werk van Picasso, Matisse en Braque via de tijdschriften die zijn vader meebracht van zijn zakenreizen. Via vrienden (uit de betere klasse), die terugkeerden na een lang verblijf in het buitenland, kreeg hij informatie over nieuwe en onbekende kunststromingen. Eindelijk had Manrique mensen gevonden die zijn artistieke interesses deelden.

In 1937 trok de 18-jarige César als vrijwilliger naar het vasteland om er aan de zijde van Franco mee te vechten in de Spaanse Burgeroorlog. Zijn motivatie hiervoor hebben we niet kunnen achterhalen, maar hij kwam uit een burgerlijk, conservatief, waarschijnlijk christelijk en anticommunistisch nest. In 1936 kreeg Franco de leiding van de Nationalisten en de steun van rechts Spanje.

Waarschijnlijk was de invloed vanuit zijn milieu de aanleiding.

Hij kwam in 1939, behoorlijk ontgoocheld, terug naar Lanzarote. Deze traumatische ervaringen legden de basis voor zijn radicaal antimilitarisme.

 

Terug thuis ontmoet hij gerenommeerde kunstenaars (zoals Pancho Lasso en Alberto Sànches), die zijn goesting om te schilderen aanwakkerden.

In 1942 neemt hij voor het eerst deel aan een tentoonstelling op Lanzarote. Twee jaar later is zijn werk te zien in the National Gallery of Modern Art in Madrid. Hij schildert vooral portretten en landschappen waarin vaak afbeeldingen van de traditionele architectuur zijn verwerkt. Hij schildert de meest kenmerkende elementen uit zijn omgeving.

Ondertussen studeert hij voor technisch ingenieur om zijn vader een plezier te doen. Je weet wel, eerst zorgen voor een goed diploma en dan kan je later worden wat je wil.

Maar de kunst lonkt.

 

In 1945 verhuist hij naar Madrid om er te studeren in de Academia de Bella Artes de San Fernando. Vanuit zijn eigen achtergrond en geconfronteerd met werk van o.a. Matisse en Picasso ontwikkelt hij een eigen plastische taal waarin de materie van essentieel belang is.

Manrique werd een bekend kunstenaar. In 1955 en 1960 werd hij uitgenodigd om deel te nemen aan de biënnale van Venetië.

Door deze publieke erkenning kreeg hij grote openbare en private opdrachten, zoals muurschilderingen in banken, hotels, luchthavens en bedrijven. Deze opdrachten gaven hem de kans om samen te werken met bekende architecten en van gedachten te wisselen over stadsplanning en de integratie van de verschillende kunstvormen in architectuur.

 

In december 1964 verhuist César Manrique naar NY. Op dat ogenblik was NY “the place to be” voor vernieuwende kunst. Zijn directe contacten met Pollock, Rothko,Andy Warhol, Raussemberg, César of Chamberlain waren zeer belangrijk in zijn persoonlijk evolutie.

César Manrique bestempelde zijn jaren in NY als de meest verlichtende ervaring in zijn leven.

Tegengestelde gevoelens dwongen hem om vitale keuzes te maken. Hij hield van de stad, van zijn culturele drive, zijn liberale sfeer, maar tegelijkertijd was hij overrompeld door het gebrek aan spiritualiteit van die artificiële, overbevolkte en concurrerende maatschappij.

 

Hier werd hij er zich van bewust dat zijn missie in zijn roots lag. Hij schreef in zijn dagboek: ”My truth is in Lanzarote”. Zijne frank was gevallen.

Regelmatig  keert  hij  terug  naar  Lanzarote,  waar  hij  verschillende  muurschilderingen realiseert. Hij beseft dat het massatoerisme in volle expansie is en een gevaar vormt voor alles wat hem dierbaar is op zijn eiland. Reeds in 1959 schrijft hij dat er werk moet gemaakt worden van een plan voor de ontwikkeling van het eiland. In zijn dagboek schreef hij :”Het is droevig en deprimerend om thuis te komen en op gebouwen te stuiten die op geen enkele manier beantwoorden aan het klimaat en de schoonheid van de natuur”  Vanaf het begin van de jaren ’60 groeit de toeristenindustrie. Op Tenerife en Grand Canaria  verrijzen  megacomplexen  en  wordt  elk  mooi  plekje  waar  de  zon  schijnt onherroepelijk volgebouwd. Zij hebben een vliegveld .

Wanneer Manrique in 1968 terugkeert naar Lanzarote bevindt hij zich op een historisch kruispunt. De toeristenindustrie begon zich te ontwikkelen als alternatief voor de armoede die er heerste.

Op Lanzarote gebeurde dit iets later dan de op de andere eilanden. De militaire luchthaven die in 1941 in gebruik werd genomen werd pas in 1970 omgebouwd voor charter - en lijn vluchten. Pas in 1999 werd de huidige passagiersterminal geopend die 6 miljoen passagiers per jaar zou moeten kunnen bedienen.

Daartegenover stond de kunstenaar die zag wat de toeristenindustrie een eiland kan aandoen. Schoonheid wordt overwoekerd door winstbejag.

Manrique was zich bewust van het keerpunt in de geschiedenis van Lanzarote en wilde zich inspannen om de schoonheid van de natuur te bewaren.

Lanzarote evolueerde echter snel van een agrarische naar een diensten maatschappij, waar toeristen de belangrijkste bron van inkomsten uitmaken. Er was geen alternatief.

 

Filmmaker Pero Almodovar, die ook verliefd is op het eiland, schreef: “ César Manrique gaf in de jaren 1960 Lanzarote zijn identiteit, op hetzelfde moment dat Franco het massatoerisme in Benidorm en Torremolinos introduceerde. Franco hechtte in die tijd niet veel belang aan de Canarische eilanden zodat de eilandbewoners met meer vrijheid en onafhankelijk hun ding konden doen. Het resultaat kan je nu nog steeds zien en voelen”. Tot zover Almodovar.

Jammer genoeg bezweken de meeste andere Canarische eilanden onder het gewicht van het massatoerisme terwijl Lanzarote spartelend en vaak met veel tegenwind van projectontwikkelaars, corrupte politici en Spaanse maffia zijn maagdelijk en authentiek karakter wou behouden.

Begin 2010 stuurde Spanje zijn Gardia Civil naar het eiland om tientallen hogergeplaatste figuren, die via vriendjespolitiek het strikte bouwbeleid aan hun laars lapten, in de gevangenis te gooien. Het lijkt wel of de geest van Manrique nog steeds een oogje in het zeil houdt.

 

In 1968 was José Ramirez Cerdà, zijn vroegere schoolvriend, voorzitter van de eilandraad. In zijn eentje was César Manrique er nooit in geslaagd zijn utopie te realiseren, maar met de juiste vrienden op het juiste moment kan je ver komen.

 

De stelling van César was conservatief en elitair. Hij droomde van “een paradijs van enkelen, die oog hebben voor het bijzondere”. Democratie betekende voor hem uniformering. Als het er overal in de wereld hetzelfde uitzag, zou reizen al snel saai worden. Lanzarote moest daarom iets bijzonder zijn: het hele eiland een natuurmuseum, waar het pure landschap en kunst één harmonisch geheel vormen. De natuurlijke schoonheid van het eiland moest the corebusiness worden om het eiland voor de toerist te ontsluiten.

 

Het toerisme was langs de ene kant een opportuniteit om de armoede op te lossen, maar langs de andere kant een bedreiging voor de natuurlijke schoonheid van het eiland. De uitdaging was aan de behoeften van de toeristen te beantwoorden en de natuurlijke schoonheid te bewaren. De vraag was en blijft of dit spanningsveld leefbaar is. Of dit origineel handelskenmerk zou aanslaan. Geen agressieve ingrepen, maar een harmonieus samenspel tussen wat Lanzarote te bieden heeft en het consumptiegedrag van toeristen.

 

Manrique kreeg de kans om mee het ontwikkelingsplan voor Lanzarote te schrijven. Langs de ene kant wilde hij er alles aan doen om de natuurlijke en culturele rijkdom van het eiland te beschermen, langs de andere kant wilde hij de schoonheid van het eiland ontsluiten voor de toeristen door de hoogtepunten toegankelijk te maken. Ook zijn liefde voor traditionele en hedendaagse architectuur krijgt daarbij de volle aandacht.

 

Lanzarote was César’s medium. In de realisaties op het eiland kon hij zijn multi-artistieke- visie vorm geven. Hij noemde het kunst-natuur/natuur-kunst. Een combinatie van landscape-art, architectuur en natuur. Een symbiose van wetenschap, techniek, cultuurgeschiedenis, kunst en natuur. César Manrique beweerde ooit: ”Lanzarote is zoals een kunstwerk zonder frame dat steeds verandert en beweegt”. Het was de geboorte van het concept ‘Arte y naturaleza’. In 1983 werd Lanzarote door de Unesco tot biosfeerreservaat uitgeroepen. Bijna 80% van het eiland is beschermd en er mag maximum vier verdiepingen hoog gebouwd worden. Bovendien moeten alle huizen en andere gebouwen wit worden geschilderd, en groen, blauwe of bruine ramen en deuren hebben. Natuurlijke materialen, zoals lavablokken, zijn ook toegelaten.

 

Door zijn (Manrique’s) inbreng zijn er nog steeds geen reclamepanelen op het eiland. Sta hier even bij stil. Waar ter wereld zie je geen reclamepanelen? Wij hadden het zelfs niet opgemerkt tot een natuurgids ons hierop attent maakte. Maar als je het het weet is het een fenomeen. Stel je voor: je verlaat Zaventem en je ziet GEEN reclamebord van 12m2 en meer. Er zijn GEEN panelen die supermarkten aanprijzen. Ook je hotel wordt niet op een bord aangegeven. NIETS! Nadat we dit bewust waren geworden, was het een hele “schone” ervaring om door een reclamevrij landschap te rijden.

 

Zijn pogingen om tot een harmonisch evenwicht te komen tussen de ultieme schoonheid en de essentie van het leven was zijn levenskunst: de kunst om het leven te dienen.

Het is steeds zijn bedoeling geweest om de verwondering opnieuw uit te vinden. Een Maçon zonder schootsvel.

 

In 1992 verongelukt hij in een auto-ongeval.

 

Anekdote: we vonden het graf van César

 

In Haria verbleven we in een huisje vlak naast de begraafplaats waar César Manrique begraven ligt.

De doden worden er normaal begraven in stapelmuren, horizontale schachten waarin de kisten geschoven worden en dan dicht gecementeerd. Aanvankelijk vonden we César’s graf niet. Maar op het bijna verlaten ‘cementerio’ was een stokoud vrouwtje bezig de graven te onderhouden. Zij wees ons de weg naar zijn graf.

Niet in de betonnen muur, maar in de aarde. Aan het hoofdeinde was in 1992 een kleine palm geplant, aan zijn voeten een cactusje ... Maar bijna 20 jaar later waren beide uitgegroeid tot volwassen exemplaren en was de lavasteen met zijn naam erop nog

 

moeilijk te vinden. Begraven volgens zijn eigen principes, één met de natuur en onopvallend. Als eerbetoon groeit er nu een nieuw cactusje op zijn buik.

 

Laten we samen langs de zeven hoogtepunten reizen

 

In elk van deze bijzondere plekken heeft Manrique een uniek concept uitgewerkt. Het zijn telkens omgevingen die de schoonheid van Lanzarote illustreren. Deze wilde César ontsluiten voor het toerisme. Opvallend is dat de ingrepen in de natuur minimaal zijn en zeker niet opvallend zichtbaar en dat er steeds horeca voorzien is. De liefde ging toen reeds door de maag.

 

Jameos del Agua

 

In een vulkaantunnel in het noord-oosten van Lanzarote heeft Manrique een totaalspektakel gerealiseerd dat tot de grootste attracties van het eiland behoort. In de twee ondergrondse zalen zijn drie bars en één restaurant (dat op zaterdagavond o m g e b o u w d w o r d t t o t d a n s z a a l ) e n e e n tentoonstellingsruimte. Tussen de twee zalen in ligt een verleidelijk mooie lagune in open lucht, onzichtbaar vanaf de straat (maar het is verboden erin te zwemmen). In de ene grot leven de kleine,

bijna blinde Albinokrabjes. Uniek in de wereld. In de andere is een auditorium gemaakt voor 600 muziekliefhebbers. De accoustic is uitstekend vermits het gewelf bestaat uit gestolde lava en geen echo’s geeft. Bovengronds, in de witte reeks gebouwen bevind zich het Geologisch Instituut van Lanzarote. Hier worden o.a. de meetresultaten bestudeerd waarover we reeds vertelden.

 

Mirador del Rio

 

Het 475m hoge panorama aan de noordkaap van het eiland werd door Manrique omgetoverd tot een droomkasteel. Als je komt aanrijden zie je eerst een grote sculptuur: een vogel en een vis in elkaar geweven. De Mirador is met zijn vlakke muren uit natuursteen zo goed in het bruine rotsgesteente geïntegreerd dat je het aanvankelijk nauwelijks opmerkt. Enkel de auto’s van de bezoekers vallen op. Daar moet iets te doen

zijn!

Ook hier weer een bar en restaurant met een adembenemend uitzicht. We kijken uit op de zee-engte El Rio en het

kleine eiland La Graciosa. De ruimtes zijn gecreëerd door de ondergrondse ruimtes af te sluiten met glas. Grote glaspartijen scheiden de bezoeker van de aan houdende wind. Toch kan je buiten op een gaanderij de natuurkrachten trotseren.

 

Fondacion César Manrique

 

Eén van de hoogtepunten in zijn creaties is zijn eigen woonhuis. Het is gebouwd bovenop en in de lavazee. Dit kunstwerk bestaat uit vijf vulkanische bellen op een lavabed. Vandaag is dit het hoofdkwartier van de César Manrique foundation en een museum.

 

De grotten die ontstonden door de lavastromen (over mekaar gestold) werden omgevormd tot salons waarin steeds daglicht schijnt. In elke ruimte groeit een boom die door een opening in het dak het licht opzoekt. In de leefruimtes stroomt de lava binnen (gestold weliswaar)

Licht volop. In het ondergronds gedeelte komen de vulkanische bubbels aan zet, boven de oppervlakte is het de architect die aan bod is. Steeds in een harmonisch geheel met de traditionele en de hedendaagse architectuur, en de omgeving. De witte in elkaar geschoven kubussen verwijzen naar de traditionele architectuur, de minaret-achtige torentjes naar Marokko. Zij vormen de enige versiering.

 

Jardin de Cactus

 

Jardin de Cactus is het laatste  werk van de overleden César Manrique. Hij toverde een oude steengroeve om tot een sprookjestuin waar duizenden cactussen van over heel de wereld te bewonderen zijn. Op de zwarte bolletjes lava groeien stekelige bolletjes en bizarre reuzenzuilen. Ook hier een café met terras waar je een mooi overzicht hebt over de tuin. Vanaf de straat zie je niets van de cactustuin.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Parque Nacional de Timanfaya: ‘las Montanas del fuego’

 

De Vuurbergen zijn een gigantisch kratergebergte in het zuidwesten van het eiland. Hier vonden de erupties plaats tussen 1730 en 1736. Heel het gebied werd bedolven onder lava en as. In 1950 werd er een smal weggetje aangelegd tussen de 25 kraters en de meer dan 100 vulkaankegels ter gelegenheid van een bezoek van Franco (14 km, stel je voor!) Tot 1974 was het gebied haast ontoegankelijk.

Toen werden de Vuurbergen tot Nationaal Park  verklaard.  Hoe  deze  ruige  wildernis

ontsluiten voor het toerisme zonder het te laten overbetreden of te verloederen met allerlei afval die toeristen zowiezo achterlaten? Een voetafdruk blijft zo’n 40 jaar zichtbaar in de lava-as.

Manrique koos één van de mooiste en hoogste punten van het park uit en bouwde er een restaurant met fenomenaal uitzicht en een winkel. Vanaf de ingang van het park loopt er slechts één weg naar deze plek. Daar moet je uitstappen.

 

De omgeving betreden is verboden, maar op Franco’s weggetje worden regelmatig rondritten gemaakt. De bus rijdt

traag door de holle wegen en stopt af en toe. Een spectaculaire rit. Uitstappen mag niet!

Nabij het restaurant kan je ervaren dat de vulkaan slaapt, maar niet dood is. In een gat in de aardkorst worden tien liter water gegoten die twee seconden later uitgespuwd worden als waterdamp. Op 6 meter diepte is het 400° Celsius.

De sardines en het vlees worden op een BBQ gegrild op de warmte van de krater. Het restaurant noemt ‘El Diablo’ en kreeg als logo een ontwerp van Manrique dat ook gebruikt wordt voor heel het park.

 

Monumento al Campesino

 

 

     

 

Het ‘museum van de boer’ is representatief voor de traditionele architectuur. De oude finca (boerderij) werd omgebouwd tot museum en ondergronds tot feestzaal. Boven de grond vind je een bar, een winkeltje en een museum. Een elegante trap leidt ons naar de ondergrondse ruimtes, gigantische vulkanische bubbels waarin je feesten kan geven voor honderden mensen. Onzichtbaar vanaf de weg!

 

Castillo de San José

 

De vesting dateert uit de 18de eeuw. Manrique transformeerde het gebouw in 1974 tot een museum voor hedendaagse kunst. Het oude fort ligt vlak bij de haven op een heuvel. Onder het museum bouwde César een restaurant, langs binnen en langs buiten, verbonden met de tentoonstellingsruimtes en met panoramisch zicht op de haven. Het is een elegant, gedistingeerd restaurant ingericht door Manrique. Het meubilair stamt uit de jaren '70, maar heeft niet ingeboet aan stijl en schoonheid.

 

Lanzarote is een meesterwerk van de elementen en door de inbreng van César Manrique werd  het  “Arte  y  naturaleza”  “Een  kunstwerk  zonder  frame  dat  steeds  verandert  en beweegt”

 

 

VII. BESLUIT

 

We spraken nog niet over de culinaire aspecten van het eiland, zoals Arroz de Caldazo eten op een terrasje in El Golfo, met zicht op de oceaan. We vertelden niet over de vriendelijke bewoners. Over de leuke plekken, gerenoveerde, omgebouwde finca’s (boerderijen) waar je kan logeren zonder in de massa terecht te komen. Er is weinig of geen agressie in het verkeer. Er zijn geen files. Geen alcoholcontroles (denken we). De baai van La Caleta de Famara waar de hevige wind en de hoge golven bedreven surfers onweerstaanbaar in de oceaan lokken. De bodega’s waar je de beste wijnen kan proeven en kopen. Teguise, de vroegere hoofdstad die tijdens de week bijna verlaten is, waar de schoonheid van de stilte je overkomt. Maar waar ook de toeristische waanzin toeslaat tijdens de reuze markt op zondag. De naaktstranden van El Papagayo. Haria, of de vallei van de duizend palmen, waar voor elk meisje dat er geboren is een palm werd geplant. Voor jongens zijn dat er twee...

Zo kunnen we nog even doorgaan, maar dat zou ons kunnen afleiden van ons onderwerp: ‘Aqua con gas’

 

Vertel niet verder wat je hedenmiddag hoorde en zag, laat ons de rust en de stilte die toch nog steeds heerst op Lanzarote niet verstoren.

Ga erheen in vrede.

 

.

 

Marita y Eduardo

 

<

<